Probleem oplossingen

Onderstaand treft u een beperkt aantal suggesties aan voor het oplossen van eventuele problemen. Raadpleeg het pompmanual section 7, of neem contact op met ons voor hulp bij het oplossen van problemen.

Pomp start niet op of loopt langzaam.

  • Controleer of de persluchtdruk minstens 0,35 Bar hoger is dan de vereiste opstartdruk, en zorg dat het verschil tussen de inlaat persluchtdruk en de vloeistofdruk in de persleiding minstens 0.7 Bar is.
  • Controleer op vervuiling in het luchtinlaat filter.
  • Controleer op luchtlekkage in het air distribution system (Blow By). Dit is een indicatie voor slijtage van de afdichtingen in de air valve, pilot spool of de as.
  • Demonteer de pomp en controleer of er geen vervuiling/obstructies zijn die de werking van de air valve, pilot spool of de as blokkeren.
  • Controleer of de klepkogels vrij kunnen bewegen. Als de vloeistof die verpompt wordt de klepkogels aantasten, kunnen deze opzwellen. Vervang de klepkogels voor een materiaalsoort welke geschikt is voor het te verpompen medium.
  • Controleer of de inner piston gebroken is. Dat kan het schakelen van de pilot spool blokkeren.
  • Controleer of de beschermplug van de pilot spool uitlaat is verwijderd (net onder luchtinlaat).
  • Controleer of de perslucht is gemonteerd in de luchtinlaat, en NIET in de luchtuitlaat.

Pomp werkt, maar verpompt geen of weinig vloeistof.

  • Controleer de pomp op cavitatie: laat de pomp langzamer bewegen zodat de vloeistof in de vloeistofkamers kan komen. Verhoog vervolgens de pompsnelheid totdat een optimale werking is bereikt.
  • Controleer of de klepkogels vrij kunnen bewegen. Als de vloeistof die verpompt wordt de klepkogels aantasten, kunnen deze opzwellen. Vervang de klepkogels voor een materiaalsoort welke geschikt is voor het te verpompen medium.
  • Controleer of alle aansluitingen van en naar de pomp luchtdicht zijn bevestigd, vooral de klembanden die zich bij de klepkogels bevinden.

Pomp air valve bevriest.

  • Controleer of de perslucht veel vocht bevat. Installeer desnoods een droger of hete lucht generator in de luchtleiding.

Luchtbellen in de vloeistof.

  • Controleer of membraan defect is.
  • Controleer of klembanden goed vast zitten, vooral de klembanden bij het inlaatstuk.

Er komt vloeistof uit de luchtuitlaat.

  • Controleer of membraan defect is.
  • Controleer of klembanden goed vast zitten, vooral de grote klembanden.
  • Controleer of buiten membraanplaat (outer piston) goed op de as (shaft) is gemonteerd.

Pomp maakt een ratelend geluid.

  • Gebruik klepkogels van een zacht materiaal.
  • Zorg voor meer tegendruk in de persleiding.